Financiële wetgeving voor banken in Nederland

De financiële instellingen functioneren niet zonder regels. Tijdens de werkzaamheden moeten de banken zich houden aan de Nederlandse wetgeving. De banken in Nederland hebben ook regels, wetgeving, waaraan zij verbonden zijn. De financiële instellingen worden officieel vanouds onderverdeeld in drie groepen: kredietinstellingen, kapitaalmarktinstellingen en bijzondere financiële instellingen. De naam kredietinstelinstellingen stamt uit de wetgeving en wordt in de praktijk nauwelijks gebruikt. Het gaat hierbij voornamelijk om banken in Nederland. Daarnaast worden effectenkredietinstellingen tot deze groep gerekend. Ook de aanduiding kapitaalmarktinstellingen is een formeel begrip. Het zijn onder meer verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen en beleggingsinstellingen.

De tweedeling krediet- en kapitaalmarktinstellingen is in de praktijk achterhaald. De banken in Nederland zijn immers prominent aanwezig op de kapitaalmarkt, bijvoorbeeld als belegger, underwriter of emittent en verschillende kapitaalmarktinstellingen verlenen krediet.

Bijzondere financiële instellingen vormen een aparte categorie. Zij zijn sterk gericht op buitenlandse bedrijven. Ze sluizen middelen door van niet-ingezetenen naar andere niet-ingezetenen. Het gaat daarbij vooral om in Nederland gevestigde dochterondernemingen van buitenlandse rechtspersonen die betalingen via ons land leiden.

Het beurswezen in Nederland is geconcentreerd in Amsterdam. De handel in aandelen, obligaties, opties en futures wordt georganiseerd door de Amsterdam Exchanges.

Er zijn drie financiële toezichthouders: De Nederlandsche Bank, de Verzekeringskamer en de Stichting Toezicht Effectenverkeer. Uiteindelijk zijn altijd de ministers verantwoordelijk. Maar in veel wetten is de handhaving en uitvoering van het toezicht overgelaten aan de toezichthouders. Hun taak is het publiek te beschermen en de veiligheid van het financiële systeem in de gaten te houden. De toezichthouders houden een register bij waarin de onder hun toezicht staande instellingen ingeschreven moeten zijn.

Toezicht en wetgeving op banken in Nederland

Het toezicht wordt uitgeoefend door de financiële toezichthouders: de Nederlandsche Bank, de Verzekeringskamer en de Stichting Toezicht Effectenverkeer.

De Nederlandsche Bank, opgericht in 1814, heeft haar hoofdkantoor op het Fredriksplein in Amsterdam. Ze vervult een veelheid van taken, zoals het stabiliseren van de binnenlandse prijsontwikkeling , het wisselkoersbeleid in het kader van afspraken in het EMS, de bankbiljettencirculatie, het toezicht op banken in Nederland en beleggingsinstellingen en kassier van het Rijk. Ze geeft ook advies over herverzekering van exporten en buitenlandse investeringen.

De Verzekeringskamer zorgt voor het toezicht op verzekerings- en pensioeninstellingen. Ze is gevestigd in Apeldoorn. De Verzekeringskamer startte haar werkzaamheden in 1923. Lange tijd was er een nauwe band met het ministerie van Financiën, maar in 1992 werd begonnen met een verzelfstandiging. De Verzekeringskamer ziet vooral toe op de solvabiliteit van de verzekeraars en de pensioenfondsen en op het juist hanteren van de acturiëlewetgeving voor banken in Nederland grondslagen.

De Stichting Toezicht Effectenverkeer is in 1988 opgericht door de Vereniging voor de Effectenhandel en het ministerie van Financiën. Ze houdt toezicht op het beurswezen in Nederland en op de handel buiten de beurzen. Daarnaast houdt ze toezicht op effecteninstellingen en voert ze de Wet melding zeggenschap uit. Ze is tevens verantwoordelijk voor de informatievoorziening van de beursgenoteerde bedrijven.

Ook de ministeries van Financiën en Economische Zaken hebben toezichttaken. Het ministerie van Financiën bereidt niet alleen wetten voor over financiële markten en instellingen, maar controleert ook hun handhaving door de toezichthouders. Verder ziet het ministerie bijvoorbeeld bij het beursverkeer toe op de naleving van regels voor beschermingsconstructies van beursgenoteerde instellingen. Over allerlei zaken aangaande de financiële sector is er zeer regelmatig overleg tussen het ministerie en de drie toezichthouders. Het ministerie van Economische Zaken ziet erop toe dat financiële instellingen op zorgvuldige wijze krediet verstrekken aan particulieren (huurkoop, consumptief krediet). Dit is geregeld in de Wet op het afbetalingsstelsel 1961 en de Wet op het consumptief geldkrediet 1971. Daarnaast ziet het ministerie van Economische Zaken in algemene zin toe op de medingingsverhoudingen.

De meest relevante financiële wetgeving: Wet toezicht kredietwezen (WTK), Wet toezicht beleggingsinstellingen (WTB), Wet toezicht verzekeringsbedrijf (WTV) en Wet toezicht effectenverkeer (WTE).

De Wet toezicht kredietwezen wordt uitgevoerd door de Nederlandsche Bank. De WTK vormt de wettelijke basis voor het toezicht van de Nederlandsche Bank. De WTK schrijft voor dat de banken in Nederland  (algemene, coöperatieve, spaar-, en hypotheekbanken) een vergunning moeten hebben voor de uitoefening van het bankbedrijf. Vereisten voor een vergunning zijn een deskundige en betrouwbare directie en commissarissen ten minste een tweehoofdige directie, een eigen vermogen van minstens 5 miljoen euro en een jaarrekening (balans en winst- en verliesrekening) met een goedkeurende verklaring van een registeraccount. Zonder vergunning is het verboden om tot één van de banken in Nederland te behoren. Het  begrip ‘bank’ is in beginsel voorbehouden aan instellingen die onder toezicht vallen van de WTK. De WTK schrijft verder voor dat het toezicht plaatsvindt op geconsolideerde basis, dat wil zeggen dat alle activiteiten van dochterondernemingen, zowel in Nederland als in het buitenland, verwerkt worden in de gepubliceerde gegevens van de instellingen die onder toezicht staan. Het bedrijfseconomische en structuurtoezicht is eveneens in de WTK vervat. Voor het bedrijfseconomische toezicht bepaalt de WTK de liquiditeits- en de solvabiliteitsrichtlijnen. Voor het structuurtoezicht wordt in de WTK slechts in algemene termen aangegeven dat de Nederlandsche Bank hierop moet toezien. In de solvabiliteitsrichtlijnen wordt een verband gelegd tussen de (krediet)risico’s van de banken en de omvang het eigen vermogen. Daarnaast wordt het concentratierisico beperkt doordat grenzen zijn gesteld aan wat de banken in Nederland bij één debiteur of groep verwante debiteuren mag hebben uitstaan. Voor vorderingen op buitenlandse banken en overheden geldt een hogere grens en vorderingen op binnenlandse banken en overheid zijn nie begrensd. In de liquiditeitsrichtlijnen wordt een verband gelegd tussen de uitzettingen van de bank en de terugbetaalcapaciteit. Bij de vaststelling van de omvang van de terugbetalingen hanteert men de zogeheten vervalskalender. Dit houdt in dat de in een bepaalde toekomstige periode te verrichten terugbetalingen weggestreept kunnen worden tegen de in die periode door de bank te ontvangen gelden. De liqiteitsteisen gelden voor de nettoterugbetalingen. Het structuurbeleid betreft de vervlechting van banken met andere banken en met niet-bancaire instellingen. Dit laatste wordt ook wel het banques d’affaires-beleid genoemd. De Nederlandsche Bank hanteert twee normen bij het structuurbeleid. Ten eerste of het verwerven van deelnemingen door banken niet strijdig is met een ‘gezond bankbeleid’. Daarbij doelt men op de bedrijfseconomische risico’s. Ten tweede of het bankgedrag niet leidt tot een ‘ongewenste ontwikkeling van het bankwezen’, zoals een te grote machtsconcentratie.

De Nederlandsche Bank voert tevens de Wet toezicht beleggingsinstellingen uit. Dit toezicht verloopt anders dan dat volgens de WTK, hoewel ook de WTB voorschrijft dat beleggingsinstellingen een vergunning moeten hebben. De WTB regelt de bestuurskwaliteit van de bedrijfsleiding en de kwaliteit van de informatie die beleggingsinstellingen aan het publiek verschaffen. Beleggingsinstellingen mogen geen gouden bergen beloven. De Nederlandsche Bank is niet verantwoordelijk voor de rendementen of het beleggingsbeleid van beleggingsinstellingen.

Ook de Wet toezicht effectenverkeer is gericht op de kwaliteit van de informatievoorziening. De Stichting Toezicht Effectenverkeer ziet toe op de openbare uitgifte van effecten, op effectenbemiddeling e vermogensbeheer en op het organiseren van een effectenbeurs. De WTE bepaalt dat bij emissie een prospectus wordt aangeboden. Verder moet informatie over het bedrijf van effectenuitgevende instellingen periodiek beschikbaar komen, bijvoorbeeld in de vorm van (half)jaarberichten. De Stichting Toezicht Effectenverkeer ziet bovendien toe op de beurzen in Nederland en voert de Wet melding zeggenschap uit. De WTE werkt met een vergunningsstelsel voor de beurzen, de effectenbemiddelaars en de vermogensbeheerders.

Voor de uitvoering van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf is de Verzekeringskamer verantwoordelijk. De WTV regelt het levens- en schadeverzekeringsbedrijf en bevat aanwijzingen voor het pensioentoezicht. Bij het toezicht let de uitvoerder van de WTV, de Verzekeringskamer, vooral op de actuariële grondslagen van de technische voorzieningen: zijn de voorzieningen voldoende en op de juiste wijze berekend, rekening houdend met de mogelijke ontwikkeling van de te verzekeren risico’s? Daarnaast heeft men bij levensverzekeraars de aandacht vooral gericht op de solvabiliteit. Bij schadeverzekeraars is verder een goede liquiditeit van groot belang. Volgens de WTV is een vergunning nodig voor de uitoefening van het verzekeringsbedrijf. Naast bestuurskwaliteit en solvabiliteit wordt bij de verstrekking hiervan erop gelet of de verzekeraar een garantiefonds heeft of bij een collectieve regeling is aangesloten.

Het toezicht op de combinaties van banken in Nederland en verzekeraars (financiële conglomeraten) is nu nog niet adequaat geregeld. Voorlopig bestaat er een zogeheten protocol tussen de Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamerover het toezicht op financiële conglomeraten. Hierin leggen beide toezichthouders vast wie het toezicht op bepaalde conglomeraten uitoefent.

Naast de vier zogenoemde kaderwetten zijn er vele specifieke wetten en regeling gericht op het bedrijf van de financiële instellingen. Net zoals de economie is de wetgeving ook voortdurend in verandering. Onlangs is er een aanpassing geweest in het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de bonussen voor banken in Nederland.

 

 

 

 

Leave a Reply