De kernactiviteiten van banken in Nederland

Hoe breed het werkterrein van de banken in Nederland ook mag zijn, de hoofdactiviteit ligt in het aantrekken en het verlenen van krediet. Aan de ene kant het ter beschikking krijgen van gelden, aan de andere kant het verrichten van kredietuitzettingen en beleggingen.

Als de banken in Nederland krediet willen verlenen (het zogeheten actief bankbedrijf), moeten zij de middelen daarvoor aantrekken bij anderen (het zogenoemde passief bankbedrijf). Voor kredietverlening is funding een noodzakelijke voorwaarde. Bij de vraag welke middelen de banken in Nederland dienen aan te trekken, is het van belang te weten welk soort kredietuitzettingen daarmee gefinancierd moeten worden. Lange tijd gold in het Nederlandse bankwezen de zogeheten gulden regel van het bankbedrijf. Deze regel houdt in dat de looptijden van de aangetrokken middelen moeten kloppen met de looptijden van de uitzettingen. Volgens dit principe kunnen de kortlopende middelen die de banken in Nederland bijvoorbeeld hebben verkregen van rekening courant houders alleen worden gebruikt voor het verlenen van kortlopend krediet.

In de loop van de tijd hebben de banken in Nederland de gulden regel losgelaten. De banken in Nederland gebruiken nu hun kortlopende middelen overwegend voor de funding van langlopende kredieten. Heeft het loslaten van de gulden regel risico’s?

Banken in Nederland spelen met vuur?

Voor de banken in Nederland zit aan deze financieringswijze een voordeel. De rente op kortlopende leningen ligt normaal gesproken onder de rente op langlopende krediet. Door de kiezen voor kortlopende financiering vergroten de banken in Nederland dus het verschil tussen de over het aangetrokken krediet betaalde en over de kredietuitzetting ontvangen rentevoet. Dit verschil tussen de rente die de bank aan klanBanken in Nederland spelen met vuurten vergoedt over de middelen die zij heeft aangetrokken en de rente die zij in rekening brengt aan degenen die bij haar aankloppen voor krediet, heet rentemarge.

Op het eerste gezicht lijkt het kortlopende funden van lange uitzettingen een risico op te leveren voor de banken in Nederland. Leveranciers van korte krediet, vooral rekening-courant houders en spaarders, kunnen immers van de ene op de andere dag hun tegoed opeisen: ofwel bankrun. Als de banken in Nederland die middelen langlopend hebben uitgeleend, zouden de banken in de problemen kunnen komen. Maar in praktijk blijkt dat de banken in Nederland permanent kunnen beschikken over een grote vaste kern van kortlopende middelen. Het is immers onwaarschijnlijk dat de meerderheid van de rekeninghouders tegelijkertijd zijn tegoed in bankbiljetten wil zien uitbetaald. Maar als het publiek het vertrouwen verliest in het bankwezen, kan er een run op banken ontstaan. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 2002 in Argentiniƫ, maar misschien gaat het ook gelden voor Griekenland.

Relevante artikelen

 

 

 

Leave a Reply